Redactie TAGRIJN

Erik stelt zich voor:

‘Ik ben als zeiler aangetrokken door de geuren van de bruine vloot, na een jeugd bij de zeeverkenners. De geur van het schemerige kabelgat op zolder van het clubhuis met hennep en geteerd touw  en zeilkampen in Friesland, geur van koeien en weilanden vergeet je nooit. Een zwerftocht met het originele skûtsje de Gudsekop, heeft de bodem gelegd voor een diepgewortelde hunkering naar de traditionele zeilvaart. Die vaartochten met zijzwaarden, een kat in’t zeil, de dirk bijzetten, een vaart door bomen op een windstille avond… ik heb daar leren lopen op klompen en polsstok springen! Later een cursus kustnavigatie op de zeilende witte klipper Lichtstraal doorlopen en een lang weekend voorjaarstocht met een echte Botter op het IJsselmeer meegevaren. Nou ja echte.. de groenblauwe UK127, in 1960 door Joop van Drunen in de polyester gezet , en nog steeds varend- deden m’n hart weer sneller kloppen en kon ik m’n evenwicht testen of ik wel zeebenen had. Niet dus..

Naast bevlogen zeiler ben ik – als knul opgegroeid aan het Haringvliet in Hellevoetsluis – fervent strandjutter, visliefhebber, kust-fotograaf, verzamelaar van maritieme schilderijen en boeken. Inmiddels ben ik van vervroegd gepensioneerd HTS scheepsbouw ingenieur/ ontwerper, een enthousiast kunstenaar geworden en maker van maritieme diorama’s;  ondiepe ‘kijkkastjes’ met verstilde beelden van schepen, kleurige details en onderwerpen zoals vuurtorens en kustbakens, zeemonsters of andere voorstellingen van het grootse, weidse en dreigende van de zee. Die worden natuurlijk gemaakt van gejut materiaal, drijfhout en schelpen, met soms een geschilderde achtergrond.

De TAGRIJN zie ik, “als bindend periodiek met veel aandacht voor de historie van de visserij, schepen en vissers.” De uitgaven tot nu toe heb ik altijd met plezier gelezen, de verhalen opgezogen en genoten van de foto’s en details. Daaraan mee werken zie ik als een mooie taak. Alleen… dat víssen moet ik nog es leren, vis haal ik tot nu toe nog steeds op de markt…